close

Foto

EventsFotoNieuws

Photowalk 2018 – Efteling

1

Wat is een photowalk?
Een photowalk is een wandeling waar tijdens de wandeling gefotografeerd wordt. Gedurende een aantal uur bezoeken we met een aantal deelnemers delen van de Efteling en wandelen we een vooropgestelde route. Op enkele locaties krijg je enkele tips en wordt je nadien uitgedaagd met opdrachtjes om die ‘o zo geweldige foto’ te maken. Met die opdrachten wordt je bijna verplicht om te verdiepen in de instellingen van de camera die je ander nooit aanraakt. Bovendien leer je zo beter om te gaan in diverse situaties in de wereld van fotografie (en dat ook buiten de Efteling).

Welke camera moet ik hebben?
Elke camera is geschikt voor een photowalk. Een digitale camera is natuurlijk wel het handigst, omdat je de resultaten meteen op het scherm kan bekijken. Een smartphone is in principe ook al geschikt om te kunnen deelnemen. Indien je je instellingen manueel kan aanpassen is het helemaal mooi meegenomen. Vergeet niet de batterijen volledig op te laden en de geheugenkaartjes leeg te maken vooraleer je vertrekt.

Wat moet ik weten?
Een photowalk is laagdrempelig. Als je interesse hebt in fotografie volgt de rest vanzelf. Je kan tips en of uitleg vragen aan andere deelnemers of de organisator. Een basis van hoe je foto’s maakt met je eigen toestel is uiteraard wel handig. Wie weet bekijk je na de photowalk fotografie en de wereld op een heel andere manier als voordien.

Fotowedstrijd
Na afloop mag je je beste foto inzenden en kan/mag je deelnemen met een fotowedstrijd. De winnaar krijgt een eervolle vermelding op de website.

Algemene informatie
Kostprijs: Gratis
Datum: zo 8 April 2018
Uur: 13:00
Locatie: Efteling (exacte verzamelplaats krijgen de ingeschreven personen per mail te horen)
Deelnemers aantal: Beperkt / Photowalk gaat pas door bij voldoende deelnemers

– Elke deelnemer is zelf verantwoordelijk voor de entree van de Efteling
– Het parkregelement blijft van toepassing voor elke deelnemer aan deze photowalk

Wedstrijdregelement
– Maximum één foto inzenden voor de fotowedstrijd
– De gemaakte foto moet op de wandelroute en op deze dag gemaakt zijn
– Geen collages


JaNee

Lees meer
FotoTips en trucs

Fotograferen in darkrides

Deze tak van de fotografie is een veel besproken item. Het is in dergelijke attracties vaak lastig fotograferen, omdat het vrijwel altijd donker is.
Bovendien beweegt de decoratie of het karretje waarin je in zit waardoor je al snel bewegingsonscherpte krijgt. Hieronder enkele tips en trucs om met leuke foto’s uit
een darkride te stappen.

1. Stel je camera “ongeveer” in alvorens in te stappen.
Dergelijke attracties zijn zo voorbij, als je je camera nog moet instellen als je erin zit ben je al snel twee scene’s voorbij. Kortom hoge iso, trage sluitertijd en een groot diafragma opening.

2. Ben niet bang voor een hoge ISO.
Een hoge ISO staat gelijk aan een foto met ruis. De hoeveelheid ruis hoeft niet altijd storend te zijn, en is tegenwoordig al goed weg te werken in de nabewerking. Daarnaast
presteren de recentere camera’s veel beter met hoge iso’s. Zelfs een zichtbare ruis in je foto hoeft niet altijd goed zichtbaar te zijn als je de foto afdrukt of online plaatst.
Controleer voor jezelf hoever je je iso kan instellen zodat de ruis niet storend wordt.

3. Gebruik lichtsterke lenzen.
Ik kan niemand verplichten om lichtsterke lenzen te gaan aanschaffen, maar ze hebben in darkrides natuurlijk wel een groot voordeel. Onder lichtsterke lenzen verstaan we lenzen met
een diafragma opening vanaf F2.8. De 50mm 1.8 is zowat de goedkoopste onder de lichtsterke objectieven. Let hiermee wel op dat lichtsterke lenzen zoals de 50mm 1.8, meestal niet
kunnen zoomen. Wil je een andere uitsnede zal je de foto achteraf moeten bijsnijden.

4. Fotografeer in RAW
Stop met het fotograferen in jpeg. Je bent veel vrijer in de nabewerking met een foto genomen in raw dan in jpeg.
Wat is RAW? – In RAW fotograferen verstaan we dat alle informatie wordt opgeslagen. Dit bestand moet nabewerkt worden voor je deze kan publiceren.
Voornamelijk het aanpassen van de witbalans is eenvoudiger en beter te doen in RAW dan in jpeg. Bewerk je je foto’s nu nog niet na maar zoek je dat later eventueel wel te doen?
Dan is het mogelijk om te fotograferen in jpeg + raw, hiervoor kan je ten rade gaan in de handleiding van je eigen cameratoestel. De foto’s in het raw formaat kan je tijdelijk
aan de kant zetten totdat je het bewerken onder de knie hebt. De foto’s in jpeg kan je meteen gebruiken.

5. Gebruik scherpstelpunten
Kies zelf een punt waar je op scherp stelt. De camera weet het meestal niet zo goed in donkere situaties.

6. Maak veel foto’s en leer gaande weg
Gooi de slechte foto’s niet weg, maar leer van de instellingen die je daar gebruikt hebt. Ook de instellingen van leuke foto’s kunnen een leidraad zijn. Op den duur merk je dat
bepaalde scene’s/attracties om specifieke instellingen vragen.

7. Beweeg in tegengestelde richting
In een darkride ga je vooruit, om deze beweging tegen te gaan kan je proberen zelf de andere kant in te bewegen terwijl je een foto maakt. Niet makkelijk natuurlijk, maar het kan je wel een scherpe foto opleveren!

8. Gebruik geen flits
Gebruik geen flits – basisregel voor het fotograferen in darkrides.

Hierboven staan enkele snelle tips, maar wil mijn workflow in stappen hieronder nog wel meedelen:
1. Ik bepaal thuis wat ik ga fotograferen en kies welke objectieven ik mee neem. (darkrides, evenement, podium, attracties,…)
2. Ik controleer mijn “archief” naar foto’s die ik eerder gemaakt heb in dergelijke situaties om instellingen te bekijken en onthou of noteer deze
3. In de wachtrij zet ik mijn iso al redelijk hoog, en mijn diafragma-opening maak ik groter en sluitertijd aan de trage kant.
4. Stap de attractie in, en maak foto’s – bekijk deze al snel in de attractie zelf om te zien of je instellingen moet aanpassen
5. Na het verlaten van de attractie je iso meteen terug verlagen.
6. Bewerk de foto’s thuis en leer uit de gemaakte foto’s

Lees meer
FotoTips en trucs

Basis: Correcte belichting

DSC_1004

Fotograferen in de automatisch stand kan natuurlijk perfect. Wil je wat meer controle over het eindresultaat is het fotograferen met wat meer basiskennis handig meegenomen. Zo haal je je camera misschien een keer uit de automatische stand of schakel je over naar de andere mogelijke standen op je camera.

In fotografie zijn drie hoofdinstellingen die de uiteindelijke belichting van de foto bepalen. Diafragma, sluitertijd en iso hebben hier namelijk invloed op. Deze drie bepalen tezamen het eindresultaat.

Geen zorg over de vele begrippen, in de praktijk valt het allemaal best mee. Al die getallen en rare termen zijn misschien niet altijd even duidelijk, maar zijn in principe niet héél belangrijk om leuke foto’s te verkrijgen.

Correcte belichting:
Op een correcte belichting staan geen vaste waarden of eisen. De fotograaf bepaalt hoe de foto er gaat uit zien en het is daardoor een persoonlijke keuze. Algemeen wordt een goede belichting gezien als geen over/onderbelichting; zodat er geen details verloren gaan.

Dit bekom je door de drie instellingen:
Diafragma, sluitertijd en iso te gebruiken in een evenwicht. Samen zorgen deze voor de belichting in je foto. Als je bij een correcte belichting de ene instelling verhoogt, dan ben je genoodzaakt om een andere te verlagen om hetzelfde beeld te verkrijgen.

Uit de voorgaande artikels is het reeds duidelijk geworden dat sluitertijd of diafragma dikwijls afhangt van de situatie. Je bent dus beperkt in bepaalde situaties en bent niet helemaal vrij om technische een goede correcte foto te bekomen.

Voorbeeld:
Je fotografeert een achtbaan die met 70km/h langs scheurt.
Je hebt een goede foto met volgende instellingen:
Instelling 1 – Diafragma: f8 Sluitertijd: 1/15 Iso: 100

De sluitertijd is vermoedelijk veel te kort om de achtbaan scherp en duidelijk op de foto te krijgen. De sluitertijd moet dus in principe sneller naar laat ons zeggen een 1/1000.
Helaas zal door enkel de sluitertijd te veranderen het geen goede foto opleveren. We hebben de instellingen niet in evenwicht gehouden. Het is nodig het diafragma of iso te veranderen om dezelfde belichting te krijgen als met de eerste instelling.

Instelling 2 – Diafragma: f8 Sluitertijd: 1/1000 Iso: 6400
Nu hebben we een goede foto die er hetzelfde uitziet als met instelling 1. Echter kan door het hoge iso gebruik ruis in de foto ontstaan. We kunnen naast enkel de iso te veranderen ook het diafragma mee wijzigen.

Instelling 3 – Diafragma: f4 Sluitertijd: 1/1000 Iso: 1600
De gulden middenweg van alle instellingen.

Op bovenstaande afbeelding maakt de keuze van de eerder genoemde instellingen veel duidelijk. Elke stapje naar links of rechts is evenveel licht op je foto. Ga je bij sluitertijd twee stapjes naar links, moet je bij diafragma of iso twee stapjes naar rechts. Zoals in bovenstaand voorbeeld mag je ook diafragma en iso een stapje naar rechts zetten.


Enkele foto’s met telkens andere instellingen, maar waarbij de belichting hetzelfde blijft.

Lees meer
FotoTips en trucs

Basis: Iso

Droomvlucht

Fotograferen in de automatisch stand kan natuurlijk perfect. Wil je wat meer controle over het eindresultaat is het fotograferen met wat meer basiskennis handig meegenomen. Zo haal je je camera misschien een keer uit de automatische stand of schakel je over naar de andere mogelijke standen op je camera.

In fotografie zijn drie hoofdinstellingen die de uiteindelijke belichting van de foto bepalen. Diafragma, sluitertijd en iso hebben hier namelijk invloed op. Deze drie bepalen tezamen het eindresultaat.

Geen zorg over de vele begrippen, in de praktijk valt het allemaal best mee. Al die getallen en rare termen zijn misschien niet altijd even duidelijk, maar zijn in principe niet héél belangrijk om leuke foto’s te verkrijgen.

Iso:

Deze instelling bepaalt de gevoeligheid van de camerasensor. Indien er een hoeveelheid licht de camerasensor raakt, maar deze te weinig is kan men de sensor gevoeliger instellen. Door de iso te verhogen wordt je sensor gevoeliger voor licht. Verlaag je de iso dan zal de sensor minder gevoelig worden.


Dezelfde foto’s met gelijke instellingen waar enkel de iso trapsgewijs verhoogt is.

Gevoeliger is beter? Niet helemaal waar, de iso verhogen zorgt ook voor ruis in je foto. Hoe hoger je de iso neemt, hoe meer ruis er kan optreden in je foto. De techniek hierin verbetert steeds dus de nieuwere camera’s hebben hier minder last van dan de oudere modellen. Ook in de nabewerking kan je ruis reduceren. Heb dus geen schrik om toch hogere iso waarden te gebruiken; soms kan je niet anders. Daarnaast is de ruis niet altijd storend, en zeker niet wanneer je de foto verkleind voor bijvoorbeeld op websites.


In de donkere delen valt het verschil in ruis tussen deze twee foto’s goed op.

Lees meer
FotoTips en trucs

Basis: Diafragma

Fotograferen in de automatisch stand kan natuurlijk perfect. Wil je wat meer controle over het eindresultaat is het fotograferen met wat meer basiskennis handig meegenomen. Zo haal je je camera misschien een keer uit de automatische stand of schakel je over naar de andere mogelijke standen op je camera.

In fotografie zijn drie hoofdinstellingen die de uiteindelijke belichting van de foto bepalen. Diafragma, sluitertijd en iso hebben hier namelijk invloed op. Deze drie bepalen tezamen het eindresultaat.

Geen zorg over de vele begrippen, in de praktijk valt het allemaal best mee. Al die getallen en rare termen zijn misschien niet altijd even duidelijk, maar zijn in principe niet héél belangrijk om leuke foto’s te verkrijgen.

Diafragma:

Het diafragma zou je kunnen vergelijken met het menselijk oog. Loop je op een zonnige dag buiten, dan is je pupil van je oog klein. Loop je een donkere ruimte in, zal je pupil veel groter worden. Kortom als je fotografeert bij veel licht, kies je best een klein diafragma. In een donkere omgeving waar weinig licht is kies je best een groot diafragma.

Het diafragma wordt aangegeven door een F-Getal. Waar een groot diafragma een klein getal is en een klein diafragma een groot getal is.
f/1.4 = Groot diafragma (voor gebruik bij weinig licht)
f/22 = Klein diafragma (voor gebruik bij veel licht)

Het diafragma bepaald echter ook de scherptediepte in je foto. Dit wil zeggen hoeveel er scherp is in je foto.
Bij een groot diafragma (f/1.4) heb je weinig scherptediepte. Hiermee zorg je ervoor dat je punt waarop je focust scherp is, en de achtergrond wazig(er) is. Kies je een kleiner diafragma (f/8) zal je veel meer scherptediepte krijgen.

De foto met diafragma f/2.8 heeft weinig scherptediepte, de foto met de houten achtbaan veel scherptediepte. Indien je een foto maakt met weinig scherptediepte kan je de kijker naar een specifiek punt in de foto laten kijken. In het voorbeeld hierboven zijn dat in dit geval de rode schoentjes.

Lees meer